TGS Innovised—De Voorwaarts
Thailand · Pijler 2

BOI en Pijler 2: wat betekent de minimumbelasting voor uw BOI-voordeel in Thailand?

TGS Innovised — De Voorwaarts

Bijgewerkt: 30 september 2026

In het kort
  • Hoort uw Thaise BOI-vennootschap bij een groep met € 750 miljoen omzet of meer? Dan heft Thailand sinds 2025 zelf bij tot 15%.
  • De BOI biedt deze groepen de keuze: vrijstelling houden of een tarief van 10% voor twee keer de resterende periode (maximaal 10 jaar).
  • Leg aanloopverliezen vast met de GloBE-verliesverkiezing in de eerste informatieaangifte waarin Thailand voorkomt.
  • Thailand werkt aan terugbetaalbare belastingkredieten (QRTC); de wet is nog niet definitief ingevoerd.

Een BOI-promotie kan een Thaise productievennootschap jarenlang vrijstellen van Thaise vennootschapsbelasting. Maar hoort die vennootschap bij een groep met een omzet van € 750 miljoen of meer? Dan zorgt Pijler 2 ervoor dat de winst toch met minimaal 15% wordt belast, en sinds 2025 int Thailand die bijheffing zelf. Hoe gaan BOI en Pijler 2 samen, wat betekent dat voor uw BOI-voordeel, welke keuzes hebt u, en waar moet u in de aangifte op letten?

Voor wie zijn BOI en Pijler 2 relevant?

Voor groepen met een geconsolideerde omzet van minimaal € 750 miljoen (ongeveer THB 28 miljard) in ten minste twee van de vier voorgaande jaren, die een BOI-gepromote vennootschap in Thailand hebben. De moedermaatschappij kan overal zitten: in Nederland, in de EU of daarbuiten. Voor kleinere groepen verandert er niets; voor hen is ons artikel BOI Thailand: investeren in Thailand met BOI-promotie het uitgangspunt.

Pijler 2 in Thailand: de Thaise bijheffing

Thailand heeft Pijler 2 ingevoerd met de Emergency Decree on Top-up Tax B.E. 2567. Die geldt voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2025 en bevat:

  1. Een binnenlandse bijheffing (Domestic Top-up Tax, een QDMTT) over laagbelaste Thaise winst.
  2. Een inkomen-inclusieregel (IIR) voor Thaise moedermaatschappijen.
  3. Een onderbelastewinstregel (UTPR) als vangnet.

De Thaise aangifte moet binnen 15 maanden na afloop van het boekjaar van de groep worden ingediend, voor het eerste jaar binnen 18 maanden. Voor een groep met een kalenderjaar is de eerste deadline dus 30 juni 2027 (over boekjaar 2025). Zijn er meerdere Thaise groepsentiteiten, dan kunnen zij één entiteit aanwijzen die de bijheffing betaalt. Die aanwijzing moet binnen 15 maanden worden gemeld; alle entiteiten blijven hoofdelijk aansprakelijk. Eind december 2025 keurde het Thaise kabinet de eerste uitvoeringsregels goed (zie het bericht van de Thaise belastingdienst).

Waarom een binnenlandse bijheffing? Zonder Thaise heffing zou het land van de moeder (bijvoorbeeld Nederland via de IIR) de bijheffing over de Thaise winst innen. Met een gekwalificeerde Thaise bijheffing blijft de belasting in Thailand. Voor de groep maakt het bedrag weinig uit; wel wáár en hoe er wordt betaald.

Waarom BOI en Pijler 2 botsen

Pijler 2 kijkt per land naar het effectieve belastingtarief (ETR): de betaalde winstbelasting gedeeld door de winst volgens de GloBE-regels. Ligt dat onder de 15%, dan volgt een bijheffing tot 15%. Een BOI-vrijstelling maakt de Thaise ETR vrijwel nul. Het voordeel van de vrijstelling vloeit dan grotendeels terug via de bijheffing.

Grotendeels, maar niet volledig. De winst wordt eerst verminderd met de substance-vrijstelling (SBIE): een percentage van de loonkosten en van de materiële vaste activa in Thailand. Voor boekjaren die in 2026 beginnen is dat 9,4% van de loonkosten en 7,4% van de boekwaarde van de activa. Voor een kapitaalintensieve fabriek kan dat een flink deel van de winst afschermen.

Misverstand: de BOI-splitsing

Een BOI-vennootschap moet haar resultaat splitsen in een BOI-deel (vrijgesteld) en een niet-BOI-deel (belast). Die splitsing is nodig voor de Thaise aangifte en de BOI-rapportage, maar speelt in de Pijler 2-berekening geen rol. Pijler 2 kijkt naar de totale Thaise winst en de totale Thaise belasting. Alleen de belasting die over het niet-BOI-deel wordt betaald, telt mee als betaalde belasting.

Rekenvoorbeeld: BOI-vrijstelling of 10%-tarief?

De BOI biedt groepen die onder Pijler 2 vallen de mogelijkheid om de resterende vrijstelling om te zetten in een verlaagd tarief van 10% (50% korting), voor twee keer de resterende vrijstellingsperiode, met een maximum van 10 jaar. Nieuwe aanvragers kunnen direct kiezen. Is dat gunstig? Een vereenvoudigd voorbeeld:

Uitgangspunten: Thaise productiedochter, stabiele GloBE-winst van € 2.000.000 per jaar, loonkosten € 800.000, boekwaarde materiële activa € 2.400.000, nog 4 jaar vrijstelling. SBIE = 9,4% × € 800.000 + 7,4% × € 2.400.000 = € 252.800. Overwinst: € 1.747.200. Voor het gemak zijn de SBIE-percentages voor alle jaren gelijk gehouden; in werkelijkheid dalen ze tot 2033 elk jaar iets.

Per jaar Vrijstelling
(jaar 1–4)
10%-tarief
(jaar 1–8)
Normaal tarief 20%
(jaar 5–8)
Thaise vennootschapsbelasting € 0 € 200.000 € 400.000
ETR 0% 10% 20%
Bijheffingspercentage 15% 5% –
Thaise bijheffing (op € 1.747.200) € 262.080 € 87.360 € 0
Totaal per jaar € 262.080 € 287.360 € 400.000
Over 8 jaar Vrijstelling houden Omzetten naar 10%
Jaar 1–4 4 × € 262.080 = € 1.048.320 4 × € 287.360 = € 1.149.440
Jaar 5–8 4 × € 400.000 = € 1.600.000 4 × € 287.360 = € 1.149.440
Totaal € 2.648.320 € 2.298.880

In de eerste jaren is de vrijstelling iets gunstiger, omdat de substance-vrijstelling een deel van de winst afschermt. Over de hele periode is omzetten in dit voorbeeld ongeveer € 350.000 voordeliger, doordat de lage belasting twee keer zo lang duurt. Bij een lagere of wisselende winst, grotere substance of een kortere resterende periode kan de uitkomst anders zijn. Reken het dus per situatie door.

Aanloopverliezen: gebruik de GloBE-verliesverkiezing

Nieuwe fabrieken draaien de eerste jaren vaak verlies. Omdat een BOI-vennootschap voor die verliezen meestal geen latente belastingvordering opneemt, tellen ze voor Pijler 2 niet vanzelf mee. De GloBE-verliesverkiezing lost dat op: over het netto GloBE-verlies wordt een latente vordering van 15% berekend, die later de bijheffing verlaagt.

Voorbeeld Aanloopverliezen van € 1.200.000 leveren met de verkiezing een vordering op van € 180.000. In het eerste winstjaar verlaagt die de Thaise bijheffing met maximaal dat bedrag. Zonder verkiezing gaat dit voordeel verloren.

De keuze wordt gemaakt in de eerste informatieaangifte (GIR, in Nederland de bijheffing-informatieaangifte of BIA) waarin Thailand voorkomt. Als de groep in dat jaar voor Thailand een safe harbour toepast, moet de samenhang vooraf worden beoordeeld.

Safe harbours: vaak geen bijheffing in de eerste jaren

  • De-minimis (tijdelijke CbCR-safe harbour): omzet in Thailand onder € 10 miljoen én winst onder € 1 miljoen (of verlies). Dan is de bijheffing nul. Voor veel nieuwe fabrieken geldt dit in de opstartjaren.
  • Vereenvoudigde ETR-toets en routinewinsttoets: ETR van minimaal 17% (2026 en 2027) of winst niet hoger dan de substance-vrijstelling. Bij een BOI-vrijstelling haalt u de ETR-toets meestal niet.
  • Looptijd: door het side-by-side-pakket van de OECD van januari 2026 geldt de tijdelijke safe harbour tot en met boekjaren die beginnen op of vóór 31 december 2027 (en uiterlijk eindigen op 30 juni 2029). Voor boekjaren vanaf 2027 komt daarnaast een permanente vereenvoudigde ETR-safe harbour beschikbaar.
  • Let op: “once out, always out”. Past de groep de safe harbour voor Thailand in een jaar niet toe, dan kan dat later niet meer.
Let op Thailand heeft de safe harbours nog niet zelf in de Thaise regels voor de binnenlandse bijheffing opgenomen. De Thaise belastingdienst verwacht die regels later in 2026. Controleer daarom per jaar of een safe harbour ook voor de Thaise bijheffing geldt, en niet alleen voor de IIR in het land van de moeder.

Nieuwe regels voor fiscale stimulering: QRTC

Het side-by-side-pakket introduceert ook een safe harbour voor substance-gebaseerde stimuleringsregelingen, voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2026. Die geldt voor belastingvoordelen die zijn gekoppeld aan uitgaven of aan productie, tot een maximum van 5,5% van de loonkosten of de afschrijvingen (het hoogste van de twee), of naar keuze 1% van de boekwaarde van de materiële activa. Een winstvrijstelling zoals de klassieke BOI-vrijstelling valt daar niet onder.

Thailand werkt daarom aan terugbetaalbare belastingkredieten (Qualified Refundable Tax Credits, QRTC) voor uitgaven aan onder meer R&D, opleiding, efficiëntie en duurzaamheid. Niet-verrekende kredieten worden in contanten uitbetaald uit het fonds voor de versterking van het concurrentievermogen. Onder Pijler 2 telt zo’n krediet als opbrengst en niet als belastingverlaging, wat veel gunstiger uitpakt. Het kabinet keurde het wetsvoorstel in september 2025 in principe goed; de definitieve invoering moet nog volgen. In november 2025 heeft de BOI bevestigd dat de bestaande vrijstellingen en tariefverlagingen blijven bestaan (bericht van de BOI). Controleer de actuele stand bij de BOI.

Waar het in de praktijk misgaat

  • Ander boekjaar. Pijler 2 rekent met het boekjaar van de groep. Veel Thaise vennootschappen hebben een kalenderjaar, terwijl bijvoorbeeld Indiase en Japanse groepen met april–maart werken. De Pijler 2-cijfers komen dan uit het groepspakket, niet uit de Thaise jaarrekening.
  • Verschillende cijfers. De Thaise jaarrekening (vaak volgens TFRS for NPAEs) wijkt af van het groepspakket (IFRS of een vergelijkbaar stelsel), bijvoorbeeld bij leases en geactiveerde kosten. Voor Pijler 2 gelden de groepscijfers. Leg de aansluiting vast.
  • Verrekenprijzen. Een management fee of royalty naar de moeder verlaagt de Thaise winst en daarmee de Thaise bijheffing. De Thaise belastingdienst kijkt daar streng naar. Zie ons artikel Verrekenprijzen voor het mkb.
  • Koersresultaten. Een lening in euro of dollar geeft koersresultaten die fiscaal meestal niet onder de BOI-vrijstelling vallen, en die de GloBE-winst beïnvloeden.
  • Jaarrekening. De Thaise bijheffing is een acute winstbelasting onder TAS 12 / IAS 12, zonder latenties voor Pijler 2. Loopt het groepsjaar niet gelijk met het Thaise boekjaar, dan neemt u de verwachte bijheffing naar rato op.

BOI en Pijler 2: de Nederlandse kant

  • Nederlandse holding. Zit de moeder in een land zonder Pijler 2, dan past de Nederlandse holding de IIR toe op de Thaise dochter. Is de Thaise bijheffing gekwalificeerd, dan gaat die vóór en blijft er in Nederland meestal niets over.
  • Moeder in de Verenigde Staten. Volgens het side-by-side-pakket gelden de IIR en de UTPR vanaf boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2026 niet voor groepen met een moeder in de VS. De Thaise binnenlandse bijheffing blijft wel gelden. De Nederlandse wetgeving hiervoor is nog in voorbereiding.
  • Informatieaangifte. De Nederlandse holding dient vaak als aangewezen entiteit de bijheffing-informatieaangifte (BIA) in, met daarin de gegevens over Thailand en de keuzes voor Thailand. Zie ons artikel “Pijler 2 en DAC9: welke aangiften en meldingen moet uw groep doen?”.
  • Thaise aangifte. DAC9 regelt alleen de uitwisseling binnen de EU. Of Thailand de BIA van Nederland ontvangt, hangt af van internationale uitwisselingsafspraken. De Thaise aangifte voor de binnenlandse bijheffing moet in elk geval lokaal worden gedaan.
  • Dividend. Voor de deelnemingsvrijstelling verandert er niets. Wel is er minder vrij besteedbare winst doordat Thailand bijheft.

Onze tip

Bekijk de BOI-promotie en Pijler 2 als één geheel. Bereken per project over de hele looptijd wat de vrijstelling, het 10%-tarief en eventuele belastingkredieten opleveren, inclusief bijheffing. Leg de aanloopverliezen vast met de verliesverkiezing en zorg dat de groepscijfers voor Thailand op tijd en juist in de informatieaangifte staan.

Checklist BOI en Pijler 2

Actiepunten
  • Stel vast of de groep onder Pijler 2 valt en wat het boekjaar van de groep is.
  • Toets per jaar de safe harbours voor Thailand (de-minimis, ETR, routinewinst).
  • Beoordeel de GloBE-verliesverkiezing vóór de eerste informatieaangifte.
  • Vergelijk vrijstelling, 10%-tarief en QRTC over de hele looptijd.
  • Sluit de Thaise jaarrekening aan op het groepspakket.
  • Plan de Thaise aangifte (15/18 maanden) en de aanwijzing van de betalende entiteit.
  • Neem de bijheffing op in de Thaise jaarrekening en in de groepsjaarrekening.
  • Houd de BOI-splitsing gewoon bij: die blijft nodig voor de Thaise aangifte en de BOI.

Veelgestelde vragen over BOI en Pijler 2

Geldt Pijler 2 voor mijn BOI-vennootschap in Thailand?
Alleen als de Thaise vennootschap bij een groep hoort met een geconsolideerde omzet van minimaal € 750 miljoen. Voor die groepen geldt in Thailand sinds boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2025 een binnenlandse bijheffing tot 15%. Voor kleinere groepen verandert er niets: de BOI-vrijstelling werkt voor hen zoals voorheen.
Is het 10%-tarief van de BOI gunstiger dan de vrijstelling?
Vaak wel, maar niet altijd. Met het 10%-tarief betaalt u een bijheffing van 5% in plaats van 15%, en de lage belasting duurt twee keer zo lang, tot maximaal 10 jaar. In ons voorbeeld scheelt dat over acht jaar ongeveer € 350.000. Bij een lagere of wisselende winst of veel substance kan de uitkomst anders zijn.
Wat is de GloBE-verliesverkiezing?
Met de GloBE-verliesverkiezing berekent de groep over het netto GloBE-verlies in Thailand een latente vordering van 15%. Die vordering verlaagt later de Thaise bijheffing. Voor een BOI-fabriek met aanloopverliezen is dat belangrijk. De keuze moet worden gemaakt in de eerste informatieaangifte waarin Thailand voorkomt. Zonder verkiezing gaat dit voordeel verloren.

Advies over BOI en Pijler 2?

Wij rekenen de gevolgen voor uw Thaise vennootschap graag door, samen met onze partners in Thailand. Neem contact op met onze specialisten in internationaal belastingrecht. Lees ook BOI Thailand: investeren in Thailand met BOI-promotie, “Pijler 2 in de jaarrekening” en “DAC9 in gewone taal”.

Disclaimer Dit artikel is informatief en geen vervanging voor persoonlijk advies. Het rekenvoorbeeld is sterk vereenvoudigd. Wet- en regelgeving in Thailand en rond Pijler 2 is volop in beweging.
Scroll to Top