Verrekenprijzen voor het mkb: drie aandachtspunten
TGS Innovised — De Voorwaarts
Bijgewerkt: 30 september 2026
- Ook voor het mkb geldt: prijzen tussen verbonden vennootschappen moeten zakelijk zijn en onderbouwd in de administratie.
- Nederland past Amount B niet zelf toe, maar respecteert de uitkomst in covered jurisdictions onder voorwaarden.
- Vanaf € 50 miljoen groepsomzet gelden een groepsdossier en een lokaal dossier, vanaf € 750 miljoen ook een landenrapport.
- Intercompany-leningen zonder overeenkomst, onderbouwde rente of aflossing zijn een veelvoorkomend risico.
Verrekenprijzen lijken een onderwerp voor multinationals. Maar ook een familiebedrijf met een verkoopkantoor in Duitsland, een productie-bv met een Belgische zustermaatschappij of een holding die geld leent aan een buitenlandse dochter heeft ermee te maken. De Belastingdienst verwacht dat u prijzen tussen verbonden vennootschappen zakelijk vaststelt en kunt onderbouwen. In dit artikel over verrekenprijzen voor het mkb bespreken we drie onderwerpen die in de praktijk steeds vaker terugkomen.
Wat zijn verrekenprijzen?
Een verrekenprijs is de prijs die verbonden vennootschappen elkaar in rekening brengen. Denk aan goederen, diensten, managementvergoedingen, royalty’s en rente. Het uitgangspunt is het zakelijkheidsbeginsel (arm’s length, artikel 8b Wet op de vennootschapsbelasting 1969): de prijs moet overeenkomen met wat onafhankelijke partijen onder vergelijkbare omstandigheden zouden afspreken.
Dat geldt ongeacht de omvang van uw onderneming. Alleen de documentatie-eisen verschillen per omvang. De Nederlandse visie op de toepassing van dit beginsel staat in het Verrekenprijsbesluit 2022.
1. Amount B: vereenvoudigde verrekenprijzen voor distributeurs
Veel mkb-groepen hebben een buitenlandse verkoopmaatschappij die producten inkoopt bij de groep en doorverkoopt aan klanten. Hoeveel winst hoort die distributeur te maken? Daarover ontstaan vaak discussies met belastingdiensten.
De OECD heeft daarom Amount B ontwikkeld: een vereenvoudigde, vaste methode voor ‘routinematige’ distributieactiviteiten. Aan de hand van een tabel (de pricing matrix) bepaalt u de winstmarge op de omzet, afhankelijk van de sector en de verhouding tussen activa, kosten en omzet.
Wat betekent Amount B voor Nederland?
- Nederland past Amount B niet zelf toe op Nederlandse distributeurs.
- Nederland respecteert wel de uitkomst van Amount B in zogenoemde covered jurisdictions. Dat zijn landen op een lijst van de OECD, vooral landen met een laag of middeninkomen. Voorwaarden zijn dat het land Amount B in zijn wetgeving heeft ingevoerd, dat Nederland met dat land een belastingverdrag heeft en dat Amount B juist is toegepast. De Belastingdienst corrigeert zo’n transactie dan in beginsel niet.
Heeft u een distributeur in een land dat Amount B toepast? Dan kan dat discussies in dat land voorkomen. Leg in uw documentatie vast of Amount B van toepassing is en waarom.
Lees meer: Amount B in de praktijk: wie valt eronder en hoe werkt de pricing matrix?
2. Het verrekenprijsdossier: welke documentatie is verplicht?
Elke onderneming met transacties tussen verbonden vennootschappen moet in de administratie kunnen laten zien hoe de verrekenprijzen tot stand zijn gekomen en waarom ze zakelijk zijn. Voor grotere groepen gelden aanvullende eisen:
| Groepsomzet | Verplichting |
|---|---|
| Alle groepen | Onderbouwing van de verrekenprijzen in de administratie (artikel 8b lid 3 Wet Vpb) |
| Vanaf € 50 miljoen | Groepsdossier (master file) en lokaal dossier (local file) |
| Vanaf € 750 miljoen | Daarnaast een landenrapport (country-by-country report, CbCR) en een notificatie |
Is de documentatie er niet of is die onvoldoende? Dan verschuift de bewijslast naar u: u moet zelf aannemelijk maken dat de prijzen zakelijk zijn. Documenteer daarom op het moment van de transactie, niet pas als er vragen komen. Documentatie die achteraf wordt opgesteld, weegt in de praktijk minder zwaar.
Lees meer: Het verrekenprijsdossier: wat hoort erin, en hoe houdt u het actueel?
3. Intercompany-leningen: veelgemaakte fouten
Leningen binnen de groep zijn in het mkb heel gebruikelijk, bijvoorbeeld van de holding aan de werkmaatschappij of aan een buitenlandse dochter. Sinds het Verrekenprijsbesluit 2022 kijkt de Belastingdienst hier kritischer naar. Veelgemaakte fouten:
- Geen schriftelijke overeenkomst, of een overeenkomst zonder aflossingsschema en zekerheden.
- Een ‘standaardrente’, zonder onderbouwing op basis van de kredietwaardigheid van de lener.
- Rente wordt niet betaald en aflossing blijft uit. Dan dreigt herkwalificatie naar eigen vermogen.
- Een lening die geen onafhankelijke partij zou verstrekken (een ‘onzakelijke lening’). Een latere afwaardering is dan fiscaal niet aftrekbaar.
- Een garantie of borgstelling zonder vergoeding.
- Renteaftrekbeperkingen vergeten, zoals de earningsstrippingmaatregel (sinds 2025: 24,5% van de fiscale EBITDA, met een drempel van € 1 miljoen).
Lees meer: Intercompany-leningen: van kredietrating tot onzakelijke lening.
In deze reeks
Onze tip
Verrekenprijzen hoeven voor het mkb niet ingewikkeld te zijn. Een goed opgezet beleid met overeenkomsten, een onderbouwing per transactiesoort en een jaarlijkse check voorkomt de meeste discussies. Laat het beleid bovendien aansluiten op de jaarrekening, want ook uw accountant kijkt naar intercompany-posities en de waardering van vorderingen.
Veelgestelde vragen over verrekenprijzen voor het mkb
Gelden de verrekenprijsregels ook voor het mkb?
Welke verrekenprijsdocumentatie moet een mkb-onderneming hebben?
Past Nederland Amount B toe?
Advies over verrekenprijzen?
Neem contact op met onze specialisten in internationaal belastingrecht. Wij helpen u met een verrekenprijsbeleid dat past bij de omvang van uw onderneming.